Nieuwjaarsbrief 2015 - De indexsprong

Ieder oudjaar komen we met vrienden samen om het nieuwe jaar te vieren. Het is ondertussen traditie geworden dat iedereen een nieuwjaarsbrief schrijft en voorleest. Dit was mijn brief voor 2015.

Beste vrienden,

Ik fiets nog steeds. Meer zelfs, ik heb me dit jaar een heuse racefiets gekocht. Tjah, dacht ik, nu ik toch ambtenaar ben, kan ik maar beter gaan fietsen om vier uur. 
Met deze racefiets vlieg ik door Vlaamse wegen met de tong op het stuur, de kont op het zeemvel en een hartslag waar menig Gentse culturele iconen jaloers op zouden zijn. 
Al moet ik zeggen dat de eerste pedaalslagen niet direct een groot succes waren.
Ik weet het nog als de dag van 271 dagen geleden. De fiets is net thuis geleverd en ik kijk hem vol bewondering aan. Enige onrust bekruipt mij als ik kijk naar de klikpedalen.
“Toch even testen die handel”, denk ik. Ik trek mijn gloednieuwe fietsschoenen aan, zet mij op de fiets, klik enkele keren in en uit, verstel de pedalen en probeer het nog een keer. “Fluitje van een cent”, stel ik vast.
Even in de straat rijden dan maar. Klik links, afduwen, klik rechts en trappen. Na 50 meter draai ik de bocht om. Een auto rijdt net een oprit op en staat dwars over de weg. Ik reageer sneller dan Alexander De Croo op het woord “vermogensbelasting” en wijk uit. Net dan, begint de auto de andere richting uit te rijden en verloopt alles in slow motion. Ik zwenk de andere kant op, ga in de remmen en kom ruim op tijd tot stilstand. “Super”, denk ik, … en zie dan mijn klikpedalen. Ik doe nog een hopeloze poging maar val langzaam omver. 100 meter gefietst en ik lig al met mijn klikken en pedalen op het asfalt.
Niets vermoedend parkeert de auto ondertussen rustig verder terwijl ik, met fiets tussen de benen, wild lig te spartelen met mijn vuist in zijn richting en woorden gebruik die zelfs Theo Francken niet op Facebook durft plaatsen. Eén voet zit nog altijd vast en probeer ik los te wrikken. Het bloed stroomt naar mijn hoofd van woede (al kan het ook van schaamte geweest zijn). Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik ook dacht: “Dit is een selfie waard!”.

Ondertussen ziet de chauffeur mij toch liggen, komt erbij staan en herken ik wie het is. “Neen, niet opnieuw”, denk ik bij mezelf (zie nieuwjaarsbrief 2014). Het is Kris Peeters. Kris buigt voorover en vraagt: “Zijde gevallen mijne jongen?”. Het wordt rood voor mijn ogen en zeg “Neen, mijn beste man, zolang er geen sociaal akkoord is kom ik hier uit protest regelmatig liggen met mijn fietsbuis tegen de ballen.”, terwijl ik nog altijd mijn voet probeer los te rukken.
De Vlaamse Clooney blijft mij onbegrijpend aanstaren.
Gefrustreerd roep ik uit: “God waarom heb je mij verlaten!”. En op dat moment komt Bart De Wever aangelopen. Gekleed in een veel te wijde blauwe jogging. “Dit kan niet waar zijn”, zucht ik. ... Selfie!

“Riep er mij iemand?” vraagt hij. “Ach, wie we hier hebben, de fietser! En Kriske is er ook al bij zie ik.”
“Wa vinden jullie van mijne jogging? Niet helemaal mijn maat maar ik heb hem gekregen van Maggie De Block” en begint prompt koket rond te paraderen.
Met open mond staar ik naar zijn gekronkel ...

 en zeg: “Bart jongen, al had je hem gekregen van Elio Di Rupo na een nachtelijke wandeling door het Citadelpark in Gent. Het zal mij worst wezen.”
“Ja ja, dat zij Elio ook” zegt Bart, “en niet veel later hadden we een centrumrechts regeringsakkoord”.
“Alstublieft, Bart! Als je me niet direct helpt steek ik bij jou mijn drinkbus op een plaats waar Maggie en Elio het ofwel zou behagen of het niet eens zou merken!”
“Oei-joei, ge wordt precies wa bleekskes.” zegt Bart en richt zich tot Kris.
“Peeters, haal eens een glas water voor onze fietser hier want straks valt hij in zwijm”.
Bart begint verwoed te frunniken aan mijn schoen en klikpedaal. Ondertussen begint mijn ander been te slapen, mijn schouder lijkt wel uit de kom en mijn hoofd bonkt van de pijn. Half bij mijn zinnen hoor ik roepen: “Bart, Bart! Eindelijk, ik heb u gevonden!”. Ik draai mijn hoofd en zie Gwendolyn Rutten uit haar auto stappen. “Ook dat nog” jammer ik. 

“Bart het is gelukt! Ik heb een eisprong! Ik heb een eisprong! Volgens mij zijn het zelfs meerdere!” zegt Gwendolyn.
“Lyntje” antwoord Bart “wat kraam jij nu allemaal uit. Zie je niet dat ik onze fietser hier aan het redden ben?”
“Maar Bart,” dringt ze aan “ik heb gezorgd voor een eisprong. Dat stond toch in ons regeerakkoord?”
Bart kijkt Gwendolyn aan en zegt: “Moh gij dwaze kalle! Een indexsprong, een indexsprong hebben we onderhandeld! Geen eisprong!”
Gwendolyn schrikt, deinst achteruit en botst tegen Kris die net terug komt met een glas water in zijn hand. Het glas valt in scherven op de straat.
“Moede nu wa weten?” zegt Bart tegen Kris.
“Ons Gwenny hier heeft in plaats van onze economie haar eierstokken zitten stimuleren!”
Ondertussen is Bart er wel in geslaagd mij te bevrijden en sukkel ik recht.
“Vriendjes, het was een blij weerzien maar ik moet er vandoor. Bedankt voor de hulp.” Ik stap op mijn fiets geef twee trappen en rij recht in de scherven van het glas.
“Ik geef het op.” stamel ik en stort neer. Berustend verlies ik het bewustzijn en fluister “Maria, onze lieve vrouw van genade. Ontferm u over mij”.
“Sssssst.” hoor ik zacht “Ssssssst, c’est moi.” zegt ze en Elio bet mijn voorhoofd.