Nieuwjaarsbrief 2012 - “Ik heb geprobeerd.”

Beste vrienden, 

Ik heb geprobeerd. Het is niet dat ik het niet wilde. Het is niet dat ik het niet wou. Het is niet dat ik het niet begreep. Ik heb geprobeerd met mijn vol empathisch vermogen. Maar, beste vrienden, het is me niet gelukt. Het is me niet gelukt om veel sympathie te kweken voor onze medemens de plooifietsbezitter.
Let wel, ik heb niets tegen dit staaltje technisch vernuft op zich. Maar ik heb het moeilijk(er) met de berijder van dit stalen rosje.

Het begint bij het opstappen op de trein. Onze vriend, de plooifietsrakker, posteert zich voor de deur van de trein en komt dan tot de constatatie dat zijn technisch verlengstuk met Playmobilwielen nog moet worden opgeplooid. En dan begint het gesukkel, beste vrienden. Terwijl iedereen staat te wachten, begint hij te sleuren en te trekken, maar veel valt er niet in de plooi. Geen spaak in zijn wiel denkt eraan om even opzij te gaan en anderen voor te laten. Oh, neen, deze milieubewuste pendelaar zal en moet een zitplaats op de trein bemachtigen, want hij heeft zijn plooistoeltje niet bij. Maar bon, na enig klooien en vooral plooien (uiteraard) is het metalen niemendalletje klaar om op te stappen. En wij, de gewone van plooifiets verstoken pendelaars, kijken elkaar aan en denken: “Oef, we zijn er vanaf”. Fout, beste vrienden, fout. Want eens opgestapt, verandert deze maatschappelijk verantwoorde fietser in een stalen stormram. Want nu heeft hij zijn dubbel gevouwen speelgoedje in de hand en begint de trein door te lopen op zoek naar een zitplaats. Hierbij laat onze plooiheld een spoor van opengereten schenen en bont en blauwe kuiten achter. Uiteindelijk vindt hij een plaatsje en zorgt ervoor dat zijn tweewielertje de overige plaatsen inneemt of de middengang verspert.
De waarheid dwingt mij echter te zeggen dat er uitzonderingen zijn, die hun fietsje mooi tussen de zetels of op de gang parkeren. Ik roep dan ook op om in 2012 deze uitzonderlijke burgers een kus op hun voorhoofd te geven en hen spontaan een boterham uit je lunchpakket aan te bieden. 

Beste vrienden, ik heb geprobeerd. Het is niet dat ik het niet wilde. Het is niet dat ik het niet wou. Het is niet dat ik het niet begreep. Ik heb geprobeerd met mijn vol empathisch vermogen. Maar, beste vrienden, het is me niet gelukt om veel sympathie te kweken voor de grootbanken en hun managers. Ik snap niet dat ze handel deden in producten waarvan ze zelf niet wisten waaruit die bestonden. Waarom ze niet zagen dat er bij de kredietbeoordelaars een groot belangenconflict ontstaan was. Ik snap niet dat ze dachten dat dit kon blijven duren. Terwijl anderen dat wel doorhadden en dik verdiend hebben aan deze crisis. Lees “The Big Short” van Michael Lewis en je zal het snappen. Maar ze moesten er niets van weten, want de overheden redden toch hun vel. Dat is één van de oorzaken waardoor de overheden nu in de problemen zitten. Lees “Vrije val” van Joseph Stiglitz en je zult het snappen.
Waarom zeg ik dat allemaal? Ik heb gezien hoe in 2011 langzaam de discussie verschoof van herstructurering van het financieel stelsel naar herstructurering van de overheidsfinanciën door besparingen. Besparingen die inderdaad nodig zijn maar blijkbaar is de herstructurering van ons financieel stelsel minder dringend geworden. 

Maar ik zal blijven proberen, ook in 2012, dacht ik zo bij het schrijven van deze brief. Tot ik (eens) aandachtig keek naar het cijfer 2012 en mij plots te binnenschoot dat ik volgend jaar 40 word. … wacht eens even … nondedju ... 40!?
Beste vrienden, ik heb geprobeerd. Het is niet dat ik het niet wilde. Het is niet dat ik het niet wou. Het is niet dat ik het niet begreep. Ik heb geprobeerd met mijn vol empathisch vermogen. Maar, beste vrienden, het is me niet gelukt. Ik probeer hier een hele brief volwassen te doen en nu blijkt dat ik het al lang had moeten zijn.
“‘t Zal geen waar zijn!” riep ik hardop, waardoor mijn lief zich in haar ochtendlijke vissoep verslikte. Ik liep naar boven om nog snel enkele rondjes te draaien in mijn Formule 1 wagen, de wereld nog maar eens te redden van gemene terroristen en samen met mijn 18-jarige online vriendjes te vechten tegen andere virtuele kinderen. Op leeftijd staat geen wijsheid, zeggen ze. Of was het omgekeerd? Het doet er niet toe beste vrienden. Zolang je maar blijft proberen.